Palmzondag

Palmzondag

De Hermandad de Nuestro Padre Jesús en su entrada triunfal en Jerusalén y María Santísima de la Encarnación Madre de los desamparados “La Pollinica”, in de volksmond “Hermandad de la Pollinica” (broederschap van het ezeltje) genoemd, trekt op Palmzondag uit vanuit de kerk van San Pedro. De verre voorlopers van deze broederschap gaan terug tot de gebruiken die in Priego eeuwenlang op Palmzondag werden gehouden. Zo vroeg het stadsbestuur in 1654 de geestelijkheid om het gebruik van het uitdelen van palmtakken op Palmzondag niet te onderbreken. Later lijkt het gebruik te zijn omgedraaid: het stadsbestuur betaalde de palmtakken voor de geestelijkheid.

Ook uit de 18e eeuw stamt de traditie om op Passiezondag en Palmzondag in de parochiekerk van de Asunción de vaandels over de grond te slepen, in aanwezigheid van misdienaars, de roededrager, kosters, muzikanten en beneficianten, die de laatste psalm, het capitulum, de hymne Vexilla en het Magnificat zongen. Dit gebruik stond bekend als de “reverencias de la Santa Seña” (eerbetuigingen aan het heilig vaandel) en was een ceremonie van de zuiverste barokke traditie.

In de oprichtingsakte van de broederschap is het begin van haar recentere geschiedenis vastgelegd, vanaf 1966.

Het eerste titelbeeld van de broederschap is een beeldengroep van gesneden hout, van een onbekende maker, die al heel lang in Priego bestaat en bekendstaat onder de bijnaam “la Pollinica” (het ezeltje). Dit processieplatform met een passietafereel (paso de misterio) toont Jezus Christus gezeten op een ezeltje, gadegeslagen door een Hebreeuwse vrouw en twee kinderen die hun armen naar Hem uitstrekken. Op verzoek van D. Santiago Rodrigo Sola werd het geschonken door D. José Luis Gámiz Valverde, D. Guillermo Ruiz Linares en D. Francisco Linares Montero.

Het tweede processieplatform van deze broederschap is dat van Nuestra Señora de la Encarnación, Madre de los Desamparados. Het is van recente datum en trok in 1993 voor het eerst mee, tot grote ontroering van alle broeders, want al jaren koesterde men de wens om een nieuw Mariabeeld te hebben dat het titelbeeld zou vergezellen tijdens de processie van Palmzondag. Na verschillende ontwerpen van plaatselijke kunstenaars te hebben bekeken, besloot het bestuur het beeld te laten maken door de beeldsnijder uit Priego D. Niceto Mateo Porras. Het Mariabeeld werd betaald door het echtpaar D. Francisco Yébenes Zamora en Dña. María Encarnación García Ávila, die geen moment aarzelden om in te gaan op het verzoek van het bestuur om mee te helpen en royaal alle kosten van het beeld en de kleding op zich namen. Het is gemaakt van cipressenhout en met olieverf beschilderd; omdat het in onze tijd is gebeeldhouwd, heeft de kunstenaar niet de traditionele proporties gevolgd die men in Priego gewend is. Het beeld is 1,65 m hoog, heeft uitgesneden en groen geschilderde ogen en is een kleedbeeld (imagen de candelero), met als bijzonderheid dat beide voeten zijn uitgesneden. Het werd ingezegend door Zijne Excellentie de bisschop van Córdoba, D. José Antonio Infantes Florido.

De Hermandad de la Pollinica richt zich op kinderen en jongeren, die van jongs af aan de liefde voor onze Goede Week wordt bijgebracht en die vertrouwd worden gemaakt met de gebruiken van de broederschappen, want zij zijn de toekomst van alle broederschappen. De jongens en meisjes nemen deel aan de palmwijding en aan de plechtige mis die plaatsvindt vóór het uittrekken van de processieplatforms van de broederschap vanuit de kerk van San Pedro. Zij worden vergezeld door 700 broeders in Hebreeuwse klederdracht – witte tuniek en tulband en een vrolijk gekleurde sjerp – met een palmtak of olijftak in de hand, langs deze route: Plaza de San Pedro, Dr. Pedrajas, Ribera, Plaza de Andalucía, Plaza de la Constitución, Carrera de las Monjas, Palenque, Obispo Pérez Muñoz, Tucumán, Río, Ribera en Plaza de San Pedro, waar de broederschap haar zetel heeft.

De groep van de Pollinica is tot nu toe altijd op wielen meegetrokken, vanwege de jonge leeftijd van de leden. Acht dragers (costaleros) en een leider van de dragers (capataz), die de bestuurder aanwijzingen geeft, zorgen ervoor. Het beeld van Nuestra Señora de la Encarnación trekt sinds 1994 mee op een nieuwe troon van de broederschap, op de schouders van haar dragers. De processie wordt begeleid door de trommelband van de broederschap; het meest opvallende is dat de leden heel jonge kinderen zijn, meer dan honderd in getal.

In 1998 ontstond op initiatief van verschillende mensen, onder wie Javier Rico Mérida, Mari Carmen Aguilera en José Luis Sánchez Expósito, en vooral met inbreng van de wijk Las Caracolas in Priego, het idee om een nieuwe broederschap op te richten die de gezinnen uit de wijk zou samenbrengen. Daarvoor werd een Mariabeeld besteld met de titel Nuestra Señora de la Paz, en er werd een pro-hermandad (voorlopige broederschap) de Nuestra Señora de la Paz gevormd, die elk jaar in juli haar feesten vierde.

Later werd het beeld van Nuestro Padre Jesús en la Oración en el Huerto (Jezus in gebed in de Hof) gemaakt, dat in de vastentijd van 2004 werd ingezegend.

Als vrucht van het werk en de inzet van de pro-hermandad werd zij op 12 februari 2004 canoniek als broederschap opgericht; haar statuten werden goedgekeurd door Zijne Excellentie de bisschop van het bisdom, D. Juan José Asenjo Pelegrina.

Datzelfde jaar trokken de titelbeelden voor het eerst door de straten van Priego, op de middag van Palmzondag, vanaf de binnenplaats van de school Nuestra Señora de las Angustias.

Zo werd zij de jongste broederschap die in de Goede Week van Priego in processie meetrekt.

In deze jaren zijn er talrijke vernieuwingen geweest, met name het borduurwerk van het processieplatform van de Virgen de la Paz en de oprichting van de trommel- en hoornband van de broederschap, die in de Goede Week van 2006 voor het eerst Nuestro Padre en la Oración en el Huerto begeleidde.

Uw mening telt

Helpt u ons verbeteren?

Vul onze enquête in!