HET HUIS VAN ADOLFO LOZANO SIDRO
Overzicht
Het Adolfo Lozano Sidro museum werd in 1999 geopend en beslaat de eerste en tweede verdiepingen van het huis van de familie Calvo Lozano dat werd geschonken aan het Gemeentehuis van Priego in 1985.
Adolfo Lozano Sidro werd geboren in Priego in 1872, hij studeerde in Málaga bij JoséMoreno Carbonero en vestigde zich de laatste jaren van de 19de eeuw in Madrid, waar hij één van de grootste Spaanse illustratoren van zijn tijd werd en zijn werk voornamelijk publiceerde in de tijdschrift “Blanco y Negro”.
Het museum presenteert meer dan 70 originele werken van de schilder en een brede collectie tekeningen en schetsen. Op de eerste verdieping zie je, naast een selectie van portretten en werken met oriëntalistisch en religieus thema’s, en reeks illustraties en werken die hem beroemd hebben gemaakt. Daarin beeld hij uit typische scenes en figuren van het landelijk Andalusië uit het eerste derde van de 20ste eeuw, in schril contrast met de scenes uit de high society van die tijd die zijn opsmuk toonden in de zalen en theaters van Madrid en in de statige herenhuizen van de Andalusische bourgeoisie.
Bijzonder representatief voor dat landelijke Andalusië zijn de werken tentoonstelt in zaal 3, waarin opvallen de volgende stukken: “En la Feria de Priego”, “Tertulia en el café”, “Detenidos por la Guardia Civil”, “Casa de empeño” of het werk uit zaal 2 “Merienda de campesinos”.
En daar tegenover, de Andalusisch en Madrileinsche bourgeoisie wordt gerepresenteerd in werken als “En el salón”, “Probándose el traje de gala” o “Saludo Galante”.
In verschillende delen van het museum maar vooral in zaal 4 ook wel “Salón de invierno” genoemd,
kan de kwaliteit van Lozano Sidro als portrettist worden geverifieerd.
Op de tweede verdieping wordt het appartement getoond dat de schilder bewoonde tijdens zijn verblijf in Priego, met de nadruk op zijn atelier, waar zijn schildersezel en zijn schildersbenodigdheden worden bewaard evenals schetsen, aandenken, en onvoltooide werken, dat ongeveer op de zelfde plek zijn gebleven zoals ze waren ten tijde van de dood van de kunstenaar in 1935. In de lobby zie je een vitrine met daarin de illustraties die hij maakte voor de luxe editie van de roman “Pepita Jiménez” van Juan Valera uit 1925, en een “herinnering” aan zijn oudoom de schilder Federico Alcalá-Zamora y Franco.
Galerij
