Zondag van de Nazareno
De oorsprong van de votieve meifeesten gaat terug tot het jaar 1654. De builenpest teisterde Priego in 1650. De ziekte richtte ware verwoestingen aan onder de bevolking, met bijna duizend doden. Op 1 januari 1654, toen Pedro Carrillo de Gámiz “hermano mayor” (voorzitter) van de Cofradía was, werd besloten om elk jaar in de maand mei een novene van gezongen missen te houden, met een preek op de laatste dag.
Op deze eenvoudige wijze werden de votieve meifeesten ingesteld; daarvoor was de bouw van de oorspronkelijke kapel (1659) nodig, en de boetediensten werden uitgebreid met het bidden van het Miserere op alle vrijdagen van de vastentijd (1669).
Over de redenen voor de instelling ervan bestaan verschillende hypothesen. De eerste gaat uit van de pestepidemie van 1650. Een tweede, die nauw met de eerste verbonden is, stelt dat ook de enorme droogte heeft meegespeeld die in de eerste vijf jaar van de jaren vijftig werd geleden. En een derde mogelijkheid wijst op een combinatie van beide, maar onder de voorschriften en het gezag van het Concilie van Trente.
De luister van de nazareense feesten (Fiestas Nazarenas) kreeg vorm in het eerste derde deel van de 19e eeuw en houdt tot op heden aan. Op 28 maart 1836 werd koningin Isabel II tot “hermana mayor” (voorzitster) benoemd. Op 3 januari 1885 werd de Hermandad aangesloten bij de Sint-Pietersbasiliek in Rome.
Tegelijkertijd verwierf de Hermandad een rijk en waardevol muzikaal erfgoed, speciaal gecomponeerd om de diensten van mei luister bij te zetten. Wij geven er een kleine greep uit: Misa a dos y cuatro voces van M. Vázquez; Misa en sol mayor a cuatro voces van Antonio Palancar; Peticiones de Jesús Nazareno van Antonio Honrubia; Aria, Plegaria y Coplas para el Quinario van Carlos Valverde en Laureano Cano; Misa a cuatro voces y orquesta van Gómez Navarro; composities van de plaatselijke groepen Compases Rociaros en Grupo Rociero.
Het is ook in de loop van de 19e eeuw dat de loterijen (rifas) een vaste plaats kregen. Aanvankelijk werden ze gehouden in de sacristie van de broederschap, enkele uren voor het vertrek van de processie. De inwoners van Priego (prieguenses) schonken producten van eigen bodem. Vanaf de 20e eeuw, met name in 1942, kenden de loterijen een onvermoede bloei: ze besloegen de zaterdag-, zondag- en maandagavond en verhuisden naar de Compás de San Francisco.
Om de kosten van de erediensten en van de bijzondere meifeesten te bekostigen, is een speciale inzameling nodig. Zo ontstond “la cuota voluntaria” (de vrijwillige bijdrage), die aanvankelijk werd opgebracht door de “hermanos oficiales” (broeders met een functie in de broederschap).
De Hermandad heeft altijd bijzondere nadruk gelegd op de meifeesten (Fiestas de Mayo). Er traden redenaars van het kaliber op van Melchor de Benisa, Pedro Alcántara Hernández, Luis Calpena y Ávila, Francisco Blanco Nájera, eind 19e en begin 20e eeuw; padre Pildain, Victorino García Sabater, José María Padilla, de magistral van de kathedraal van Zamora, bisschop Félix Romero Mengíbar, P. Lúcar de Córdoba, fray Justo Pérez de Urdel, padre Leal, Javier Alert y sosa, padre Quevedo, padre Javierre, Casimiro Pedrajas en Pedro Carrillo, 20e eeuw.
Ook het muzikale deel heeft kunnen rekenen op vooraanstaande figuren uit het bel canto, gerenommeerde koren en muziekkapellen voor de processie: José Pareja, bariton; maestro Garmendíez, dirigent; Villalba, tenor; Batallón del Ministerio de marina, kapel; Regimiento Soria X; Banda de Cornetas y Tambores del Regimiento Lepanto II, de Infantería de córdoba; Banda Municipal de córdoba; Julio Vidal, bariton; Gastadores, Trompetas y cornetas de la Guardia Civil de Córdoba; Banda de Cornetas y Tambores de los Bomberos de Málaga; de Banda de Cornetas y Tambores de los Maristas de Priego; het Coro de los Niños Cantores de la catedral de Guadix; Centro Filarmónico Eduardo Lucena; Emilio Ángel Platas, tenor; Fernando Carmona, tenor; de Coral Santa María de la Victoria; Coral de la Ciudad de Granada; de Coral Alonso Cano de Priego; de Banda de la Cruz Roja de San Fernando, en vele anderen. Traditiegetrouw wordt tijdens de zondagsmis de I Misa Pontifical van Perossi gezongen. Na afloop geeft Jesús Nazareno de zegen aan alle aanwezigen, te midden van ontroerde “vivas” (hoera-kreten) en een algemeen geroezemoes van onbedwingbare ontroering.
Iets unieks en onvergelijkbaars gebeurt tijdens de Fiestas Nazarenas: Jesús Nazareno wordt in het middenschip van de Iglesia de San Francisco tentoongesteld in een prachtig altaarstuk vol kleur en licht. Tienduizenden bloemen, geschonken door de gelovigen, vormen elk jaar op een andere manier een meesterlijk tafereel, gemaakt door deskundige handen, als uitdrukking van de liefde die de inwoners van Priego voor hun “Rey” (Koning) voelen.
Op de Domingo de Jesús wordt de processie bedaard en majestueus. Jesús Nazareno, op de schouders van zijn dragers (costaleros), stralend op de prachtig versierde draagtroon (trono), trekt door de straten van het stadscentrum, begeleid door tientallen vrouwen in feestkleding met de klassieke “mantilla” (kanten sluier), de broeders, muziekkapellen, de Banda de Cornetas y Tambores van de Hermandad en het hele nazareense volk, dat met zijn aanwezigheid de processieroute vult.




















