Witte Donderdag

Witte Donderdag

Home /De Stad/Hun Tradities/Goede Week / Witte Donderdag

De eerste broederschap die na de middeleeuwen in Priego werd opgericht, is die van de Santísima Veracruz, in 1550. In 1674 voegde deze Cofradía juridisch een broederschap toe met de titel Jesús en la Columna, al verklaart die in de inleiding van haar statuten dat zij teruggaat tot 1642. Uit deze samenvoeging ontstond de Pontificia y Real Archicofradía de la Santa Veracruz y Nuestro Padre Jesús en la Columna. De titel aartsbroederschap (Archicofradía) dankt zij aan haar aansluiting bij de basiliek van San Juan de Letrán (Sint-Jan van Lateranen) in Rome. De oprichting zelf verliep met de nodige moeilijkheden, want de beneficianten en kapelaans van de kerken van Priego verzetten zich ertegen dat de broeders van de Veracruz in het klooster van San Francisco bijeenkwamen, omdat zij daardoor rechten en aalmoezen verloren. Om het geschil op te lossen, moest de schepen van Alcalá la Real, Pedro Serrano, bemiddelen; hij beslechtte het conflict en de beneficianten en kapelaans verbonden zich daartoe “om rechtszaken en geschillen te vermijden”.

Het titelbeeld van de broederschap, Jesús en la Columna (Jezus aan de geselpaal), wordt toegeschreven aan de Granadijnse beeldhouwer Alonso de Mena en dateert van rond 1640. Opvallend zijn de symmetrisch verdeelde pijpenkrullen, het langwerpige gezicht, de gespleten, sterk gekrulde baard en het naakte, gespannen bovenlichaam.

Het beeld lijkt duidelijk op de Cristo Flagelado (gegeselde Christus) van Alcalá, een werk van dezelfde meester. Het is volledig barok, al bewaart het trekken die aan een eerdere periode herinneren, verwant aan de beeldhouwkunst van Pablo de Rojas. Indrukwekkend is de pijnlijke houding: de gebogen benen, het gespannen, naar voren gebogen bovenlichaam, het diepe gevoel in het gezicht. Het is het enige beeld uit Priego dat is gerestaureerd door de Dirección General de Bellas Artes, in 1972. De Virgen de la Esperanza, eveneens titelbeeld van de broederschap, dateert uit 1738 en werd in 1987 gerestaureerd door Niceto Mateo.

De broederschap van de Pontificia y Real Archicofradía de la Santa Veracruz, Nuestro Padre Jesús en la Columna y María Santísima de la Esperanza trekt op de middag van Witte Donderdag uit vanuit de kerk van San Francisco, langs deze route: Compás de San Francisco, Carrera de Álvarez, República Argentina, Ribera, Carrera de las Monjas, Palenque, Obispo Pérez Muñoz, Cervantes, Málaga, Ancha, Río, Plaza Andalucía, Mesones, Obispo Caballero en de kerk van San Francisco.

De processie wordt geopend door de Santa Veracruz. Omdat het al de gewoonte was dat vrouwen incognito als boeteling meeliepen, besloot de vergadering van 19 november 1982 de zusters officieel toe te staan de estación de penitencia (boetetocht) te lopen; tegelijk werd een groep vrouwelijke dragers (costaleras) gevormd om het kruis te dragen, volgens de broederschap de eerste in zijn soort in Spanje. Daarna volgen de beelden van Jesús en la Columna en de Virgen de la Esperanza. Ook deze twee processieplatforms (pasos) worden door dragers (costaleros) gedragen: 85 voor Jesús en la Columna en 34 voor de Maagd. Een tijdlang reden ze op wielen, maar dat is al vele jaren niet meer zo. Elk platform heeft een leider van de dragers (capataz) die zijn bevelen met belsignalen geeft.

Het beeld van Jesús en la Columna wordt geflankeerd door twee artistiek minder waardevolle beulsknechten (sayones), die hem met meedogenloze gebaren geselen. Ze staan op een fraaie troon uit 1975, aan de voorkant waarvan een als engel verkleed kind zit; dat vormt de schakel tussen de processie en het Prendimiento (de gevangenneming), dat door deze broederschap wordt georganiseerd. De beelden worden begeleid door zo’n 150 boetelingen in witte tuniek en groene puntkap (capirote).

In de loop der jaren hebben verschillende trommelbands in deze processie de maat aangegeven; tegenwoordig zijn er nog twee. In 1974 werd samen met de Hermandad del Nazareno een band opgericht die de processies van beide broederschappen begeleidde, maar die verdween in 1977.

Dat jaar liep voor het eerst de huidige band mee, met 40 trommels en 28 grote trommen (bombos). Het ritme is bedacht door Vicente Alcalá, die voor het uittrekken van Jesús en la Columna een ongewone “raun” heeft gecreëerd: traag en majestueus, met een ritme dat aan een wals doet denken. In 1978 werd nog een band opgericht, omdat de eerste zo ver vooruit liep dat de dragers van Jezus haar niet konden horen; die verdween later, maar werd enkele jaren geleden nieuw leven ingeblazen. Tegenwoordig loopt zij met 21 trommels en 12 grote trommen en begeleidt zij het Prendimiento.

Onder de erediensten die de broederschap organiseert, valt een plechtig triduo (driedaagse gebedsviering) te noemen, ter voorbereiding op de mis van de Paascommunie, die op Witte Donderdag om vijf uur ’s middags wordt gevierd.

Uw mening telt

Helpt u ons verbeteren?

Vul onze enquête in!